Slim door gym: SmartMoves of Phit2Learn?

Slim door gym: SmartMoves of Phit2Learn? - Noordhoff Uitgevers Antwoorden

Door: Renate de Groot, hoogleraar Biopsychologie van Leren bij het Welten-instituut, het onderzoekscentrum voor leren, doceren en technologie, van de Open Universiteit.

De afgelopen jaren is zowel in binnen- als buitenland veel onderzoek gedaan naar het verband tussen lichamelijke activiteit en schoolprestaties. Voor pabo-docenten is het dubbel belangrijk kennis te nemen van de relatie tussen beweging en schoolprestaties.

In de eerste plaats om een kritische afweging te maken in hoeverre kennis en vaardigheden rondom beweging en schoolprestaties in het curriculum van de pabo-student geïncorporeerd zou moeten worden. Dit opdat zij het later over kunnen brengen aan hun eigen leerlingen. En in de tweede plaats om de pabo-student zelf die nog volop in ontwikkeling is en die cognitief gestimuleerd zou kunnen worden door beweging.

Verband lichamelijke activiteit en schoolprestaties
Afbeelding4Ook aan de Open Universiteit zijn wij bezig geweest het verband tussen lichamelijke activiteit en schoolprestaties te onderzoeken. Hiervoor hebben wij het Grootschalig Onderzoek naar Activiteiten van Limburgse Scholieren (GOALS) opgezet. In tegenstelling tot veel eerder onderzoek was de kracht van ons onderzoek dat wij in staat waren om lichamelijke activiteit objectief te meten aan de hand van een beweegsensor die op het bovenbeen geplakt werd. Deze meter bracht gedurende een week en daarbij 24 uur per dag exact in beeld hoeveel er bewogen werd en met welke intensiteit.

Voor het eerst werd met behulp van deze sensoren van ruim 400 leerlingen in het middelbaar onderwijs het dagelijkse beweegpatroon objectief in kaart gebracht. Deze objectief gemeten beweging werd gerelateerd aan de cognitieve prestaties en de schoolprestaties. Hieruit bleek dat de hoeveelheid lichamelijke activiteit in adolescenten geassocieerd is met executief functioneren. Executieve functies zijn cognitieve functies die o.a. te maken hebben met plannen, organiseren, flexibel zijn en vooruitzien.

Dus naarmate er meer bewogen werd, waren de executieve functies beter. Ook werd er een positief verband gevonden tussen het fietsen naar school en het executief functioneren van meisjes, terwijl deze relatie bij jongens niet gevonden werd. Als er meer op een intensief niveau bewogen werd, steeg het gemiddeld schoolcijfer, maar wanneer dit boven een bepaald niveau kwam, daalde het schoolcijfer weer. Mogelijkerwijs staat te veel sporten het maken van huiswerk in de weg en dient er een goede balans gevonden te worden tussen de hoeveelheid sport en het huiswerk. De aanbeveling die hier dus uit onze GOALS-studie naar voren komt is dat lichamelijk activiteit vooral als omgevingsfactor om schoolprestaties te bevorderen, gestimuleerd zou moeten worden.

Bewegen in de klas
De GOALS-studie was er vooral op gericht om het verband tussen hoeveel er dagelijks bewogen wordt en schoolprestaties te onderzoeken. Met het SmartMoves!-project daarentegen (een multidisciplinair consortium waarin onder o.a. VUmc en OU participeren) beoogden wij vooral helder te krijgen wat bewegen in de klas zou kunnen bijdragen aan het leerproces, hoelang deze beweging zou moeten duren en welke intensiteit de beweging zou moeten hebben.

Aangetoond werd dat 10 minuten matige tot zware lichamelijke intensiteit al voldoende is om de acute aandacht op school te vergroten. 20 of 30 minuten bewegen voegde daar niets extra’s aan toe. De soort beweging (joggen op de plaats, coördinatie-oefeningen zoals op de plaats lopen, terwijl op hetzelfde moment de enkel van het tegenovergestelde been aangetikt moet worden of krachtoefeningen zoals buikspieroefeningen) die hierbij gemaakt werd maakte niets uit zolang de hartslag maar daadwerkelijk verhoogd was. Collega’s van VUmc hebben onderzocht wat de frequentie van deze beweging zou moeten zijn en kwamen tot de conclusie dat om de aandacht in de klas vast te houden tweemaal 20 minuten bewegen beter is dan eenmaal.

Lopen of zitten?
Afbeelding1In de eerdere onderzoeken werden vooral de onderliggende biologische verklaringen aangehaald. Er moet echter niet vergeten worden dat lichamelijke activiteit in het algemeen ook leidt tot een betere gezondheid en wellicht daardoor tot minder lesverzuim waardoor eveneens de schoolprestaties zouden kunnen verbeteren. Ook moeten de sociale processen hierbij in ogenschouw genomen worden. Er zijn aanwijzingen dat wanneer zittend onderwijs (gedeeltelijk) vervangen wordt door staand onderwijs dit de creativiteit en de samenwerking van de leerlingen verhoogt. Positieve effecten van lopen vergeleken met zitten zijn al gerapporteerd voor jongvolwassen in relatie tot verschillende denkprocessen. Studenten op een universiteit in de niet-zittende groep zijn alerter, gedragen zich minder territoriaal en verwerken informatie beter dan hun zittende studiegenoten. Zou dit alles de reden zijn waarom vroege filosofen zoals Aristoteles al wandelend lesgaven?

Conclusie
Kortom: er wordt steeds meer duidelijk rondom de relatie bewegen en schoolprestaties. De wetenschap is er echter nog lang niet en vele vragen staan nog steeds open en ik wil er dan ook voor pleiten dat leerkrachten en docenten de beschikbare informatie op kritische wijze tot zich nemen en niet ongefundeerd gaan toepassen in hun onderwijssetting. Zijn de gevonden associaties toepasbaar in elke leeftijdsgroep en op elk onderwijsniveau en voor alle soort leerlingen (hebben ‘wiebelkinderen’ meer baat bij extra beweging? Zijn er geslachtsverschillen?) Om welke intensiteit van de beweging gaat het? Is beweging in het algemeen belangrijk voor de schoolprestaties of speelt beweging tijdens de les hier een grotere rol in?

Als het gaat om beweging in de les, geldt dezelfde beweging dan voor alle soorten lessen of ondervinden sommige vakken er baat bij, terwijl het voor andere vakken juist afleidend werkt? En wat gebeurt er als er op school meer bewogen wordt met het beweeggedrag in de vrije tijd? Als leerlingen de tijd die actief doorgebracht wordt op school gaan compenseren met meer zitgedrag in de vrije tijd wat hebben we dan bereikt? Een ding is zeker: je wordt niet alleen slim door gym! Ook buiten de gymlessen om zou veel meer aan beweging op school gedaan kunnen en moeten worden.

Referenties
Altenburg, T. M., Chinapaw, M. J. M., & Singh, A. S. (2016). Effects of one versus two bouts of moderate intensity physical activity on selective attention during a school morning in Dutch primary schoolchildren: A randomized controlled trial. Journal of Science and Medicine in Sport, 19, 820-824.

Saliasi, E., Van den Berg, V., Jolles, J., de Groot, R. H. M., Chinapaw, M. J., & Singh, A.S. (2017). Acute effects of short and longer exercise bouts on cognitive performance in adolescents. Submitted.

Van den Berg, V., Saliasi, E., De Groot, R. H. M., Jolles, J., Chinapaw, M. J. M., & Singh, A. S. (2016). Physical Activity in the School Setting: Cognitive Performance Is Not Affected by Three Different Types of Acute Exercise. Frontiers in Psychology, 7, 723.

Van Dijk, M.L., De Groot, R. H. M., Savelberg, H. H. C. M., Van Acker, F., & Kirschner, P. A. (2014). The association between objectively measured physical activity and academic achievement in adolescents: Findings from the GOALS study. Journal of Sport and Exercise Psychology, 36, 460-473.

Van Dijk, M.L., De Groot, R. H. M., Van Acker, F., Savelberg, H. H. C. M., & Kirschner, P. A. (2014). Active commuting to school, cognitive performance and academic achievement: An observational study in Dutch adolescents using accelerometers. BMC Public Health, 14, 799

>> LEES OOK: Column Aleid Truijens – Tussen kunst en bewegen….

BERICHT DELEN  

Populaire blogs