Laat ons weten wat u van het magazine vindt!
 Sluiten

Redacteur

aan het

woord

Gerhard Hartdorff, redacteur Pabo Platform, werkte als leerkracht basisonderwijs en leraar Nederlands in het voorgezet onderwijs om vervolgens zijn loopbaan voort te zetten als uitgever en uitgeefdirecteur bij verschillende, grotere educatieve uitgeverijen. Na nog een aantal jaren als (interim-) directeur in het basisonderwijs gewerkt te hebben, is hij momenteel opleider en vakdidacticus Nederlands bij de iPabo in Amsterdam.

 
iPads in het basisonderwijs: hype of noodzaak?

‘Onderwijs en iPads’ is het onderwerp van deze aflevering van Pabo Platform. Ondertussen gebeurt er zo veel op het gebied van digitalisering in het onderwijs dat wij er graag aandacht aan besteden. Zijn iPads slechts een hulpmiddel bij het onderwijs of hebben ze ondertussen min of meer een spilfunctie gekregen? Zijn kinderen al vanaf jonge leeftijd in staat hun eigen leerroutes te kiezen met behulp van dit medium of is dat een idee-fixe? Annette van Valkengoed van de in korte tijd zeer succesvol geworden basisschool ‘Laterna Magica’ op IJburg heeft er zo haar gedachten over. Lees of het inderdaad zo is dat die iPad aan dit succes heeft bijgedragen en welke rol dit toverschermpje in het gekozen onderwijsmodel inneemt.

Tijl Rood vertelt in zijn artikel over Steve Jobsschool ‘De Ontplooiing’ in Slotervaart hoe deze unieke school op initiatief van Maurice de Hond tot stand kwam en al snel een soort magneet werd voor veel belangstellenden uit binnen- en buitenland.
De derde bijdrage is van Gerard Dummer, ICT-specialist op een pabo. Hij zet vanuit zijn rol als docent uiteen hoe de digitalisering eruitziet op de basisschool en de pabo. Om alvast een tipje van de sluier op te lichten: het wisselt nogal van school tot school. Beantwoordt u hierna zelf de vraag of ‘Laterna Magica’ en de ‘Ontplooiing’ inderdaad modelscholen zijn.

En natuurlijk geven onze vaste columnisten Aleid Truijens en Kees Vreugdenhil hun relativerende kijk op de digitale wereld.

Veel leesplezier gewenst!

‘LATERNA MAGICA’:

SCHATKAMER EN INSPIRATIEBRON

Interview met Annette van Valkengoed, directeur van ‘Laterna Magica’.

Door: Gerhard Hartdorff

 

Ik ben op bezoek bij ‘Laterna Magica’, een spiksplinternieuwe basisschool met 600 kinderen op het spiksplinternieuwe schiereiland IJburg. In de drie jaar dat de school in deze vorm bestaat, is het leerlingenaantal verdubbeld en de reacties van ouders en de vaak o zo kritische inspectie zijn lovend. Ik praat met directeur Annette van Valkengoed over het grote succes van ‘haar’ school. Behalve dat ik graag te weten kom wat het geheim is achter het grote  succes van de school, ga ik ook op zoek naar de vraag welke rol de iPad hierbij speelt.

UPDATE 31-8-2015: Laterna Magica uitgebreid in Trouw over deze nieuwe vorm van onderwijs.

Verder lezen

Waar staat ‘Laterna Magica’voor? Wat is het voor soort basisschool?
‘Laterna Magica’ is een integraal kindcentrum dat onderwijs en opvang voor kinderen van 0-13 jaar integreert. We coachen elk kind in zijn of haar persoonlijke ontwikkelingstocht. ‘Laterna Magica’ is een bruisende leergemeenschap, een plek met mooie, rijke materialen die kinderen inspireren tot onderzoeken. Multimedia – en dus ook de iPad – spelen een belangrijke rol. Wij streven ernaar om onze leerlingen op te voeden tot digitaal informatievaardige burgers.

Dat klinkt geweldig. Maar waarom is ‘Laterna Magica’ zo’n ideale plek voor kinderen?
Omdat we iedere flinter talent ontdekken, zodat kinderen de toekomst kunnen uitvinden. Ons onderwijsconcept gaat uit van de principes van natuurlijk leren, waarbij het onderwijs zo veel mogelijk in samenhang met een betekenisvolle context wordt aangeboden. Bij ons kunnen kinderen experimenteren met samenwerken, samen leven en het oplossen van problemen. Zo doen ze wendbare kennis en metacognitieve vaardigheden op en ontwikkelen kinderen hun cognitieve, fysieke, sociale, creatieve en muzikale intelligentie.

Hoe wordt er gewerkt op ‘Laterna Magica’?
Om leerlingen een kleinschalige setting te bieden is het onderwijs georganiseerd in units van zo’n 100 kinderen. Elke unit bestaat uit vier heterogene groepen verdeeld in 0 t/m 3 jaar, 3 t/m 7 jaar en 7 t/m 12 jaar. Aan elke unit is een team van vier leerkrachten (en twee of drie pedagogen) verbonden. Daarnaast heeft elk kind een eigen coach. Teamonderwijs op maat dus. De teamleden zijn authentiek denkende mensen. Bij sollicitaties stellen we daarom in een assessmentachtige omgeving de vraag: ‘Wie ben jij en wat voeg je toe aan ons onderwijs als medeontwerper?’

Lees verder

 

Hoe zien de lessituaties er concreet uit?
Voor elk kind stellen we een ontwikkelplan vast met daarin de onderwijsbehoeften van de leerlingen en de leerdoelen die de komende periode centraal staan. De plannen worden elke drie maanden geëvalueerd en bijgesteld. Leerlingen zijn zelf eigenaar van het leerproces en houden in hun portfolio bij waar ze aan hebben gewerkt. In overleg met hun coach maken zij afspraken over aanbod, prestaties en/of onderzoeksvragen. Daarnaast is er een dagelijks aanbod in de vorm van lees-, spelling- of rekenclubs die worden verzorgd door een eigen coach of een leraar/expert van de unit en soms door leerlingen met een speciaal talent. We maken daarbij gebruik van peer-feedback en tutors.

Het kind staat dus duidelijk centraal?
De school gaat uit van het principe ‘ieder kind valt op en niemand valt uit’. De school heeft een ‘kind- volg- jezelf- systeem’, waarbij de leer- of ontwikkeldoelen samen met de leerlingen worden bepaald. Bij de evaluatie van het portfolio wordt gekeken in hoeverre deze doelen of prestaties zijn gerealiseerd. Als het doel is gerealiseerd, wordt dit genoteerd onder de noemer ‘vieren’ (van successen). Foto’s van prestaties, werkjes en tekeningen worden in het portfolio als bewijsmateriaal opgenomen. Kinderen kunnen vaak niet alleen benoemen wát ze gedaan hebben, maar ook aan welke leerdoelen en/of geleerde strategieën ze hebben gewerkt. Dat is heel bijzonder, omdat kinderen hiermee blijk geven van hun ‘eigenaarschap’.

Hoe passen iPads in dit soort onderwijs?
We leren de kinderen de iPad te gebruiken als effectief gereedschap. De iPad kent een aantal standaard-apps met veel praktische mogelijkheden. Deze digitale mogelijkheden worden vooral ingezet om het dagelijks leerproces te ondersteunen, te verdiepen en te verrijken. Het is voor ons een onderwijsmiddel en geen doel op zich.

Wat betekent dit vanuit het perspectief van het kind?
Elk kind mag een eigen iPad gebruiken met daarop een agenda, woordenboek, atlas, notitieblok, bibliotheek, foto- en filmcamera en geluidsreporter. De coach helpt zoeken en werken met de juiste apps waardoor het kind datgene kan oefenen wat nodig is om verder vooruit te gaan. De coach begeleidt bij het gebruik van agenda, woordenboek, atlas enzovoort. De iPad is aan elk individueel kind gekoppeld. Het is de werkmap én een aanvulling op de portfolio. De iPad fungeert als ‘lichtgewicht’ schooltas en gereedschapskist. Alles zit erin en het is gemakkelijk en overzichtelijk.

Met wat voor soort apps werken de kinderen?
We maken gebruik van apps met creatieve mogelijkheden. Apps die je kunt inzetten op verschillende leergebieden. Zo is er bijvoorbeeld ‘Prezi’, een app waarmee presentaties gemaakt kunnen worden. Ook maken we gebruik van ‘Snapseed’, een fotobewerkingsprogramma en ‘Wrts’, een app waarmee je woordjes kunt maken, bijvoorbeeld Engelse woorden, maar de app is ook geschikt om de Nederlandse woordenschat uit te breiden of tafels mee te oefenen.

Lees verder

Wordt er dan alleen nog maar digitaal gewerkt?
Nee, absoluut niet. We blijven kiezen voor een goede mix van digitaal, spel, onderzoek, binnen, buiten, individueel en samen. Het kind zien we als een creatieve en kritische ICT-gebruiker. We denken dan ook dat kinderen later beroepen zullen uitoefenen die wij nu nog niet kunnen bedenken. Onze missie is: elke splinter talent ontdekken zodat kinderen de toekomst uit kunnen vinden. Hoewel we niet weten hoe het er dan uitziet, zal de digitalisering ongetwijfeld een stuk verder zijn dan nu.

 

Directeur

aan het

woord

Tijl Rood (52) was leerkracht, hbo-docent (NHTV, HvA) en bestuurslid van Onderwijs voor een Nieuwe Tijd. Sinds augustus 2014 is hij directeur van Steve Jobsschool ‘De Ontplooiing’, een van de twee eigen scholen van Onderwijs voor een Nieuwe Tijd. Daarnaast is hij auteur van jeugdboeken en educatief materiaal. 

 

SONY DSC

 

 

 

 

 

 

 

 

 

iPads als breekijzer

‘De Ontplooiing’ in Amsterdam doet zo’n beetje alles anders dan andere scholen. We hebben gejat van ‘Laterna Magica’, gepikt van ‘De Wittering’ en zonder te betalen geleend van ‘Digitalis’ – maar vooral ook heel veel opnieuw bedacht.

Lees verder

Onderwijsvernieuwing
Het is een valkuil om te denken dat het bij ‘De Ontplooiing’ en andere Steve Jobsscholen gaat om implementatie van nieuwe technieken. Het is andersom: er is gekeken hoe de ambities van honderd jaar onderwijsvernieuwing in praktijk gebracht kunnen worden als je elke leerling de beschikking geeft over een draagbaar en eenvoudig te bedienen apparaatje, dat een wereld aan bronnen ontsluit. Simpel gezegd: het is niet oud met nieuw, maar nieuw met nieuw.

100% gedifferentieerd onderwijs
Zo kunnen we eindelijk natuurlijk leren organiseren door de applicatie ‘tik-tik sCoolTool’. Deze app kent een individueel rooster. Een kind dat vooral zelfstandig wil werken, heeft van lessen geen last; een kind dat graag aan het handje loopt, zoekt die leerkracht op die hij nodig heeft. Een leerachterstand in taal wordt snel ingelopen door veel taalactiviteit te plannen, een talent voor rekenen kan worden uitgeleefd door veel rekenen te kiezen. Zo wordt adaptief en 100% gedifferentieerd leren in praktijk gebracht door gebruik te maken van unieke software zoals ‘Taalzee’, ‘Rekentuin’, ‘Muiswerk’, ‘Khan Academy’, ‘Squla’ en ‘Smart Rekenen’. ‘Words & Birds’ en ‘Got it?!’ zouden in de nabije toekomst aan dit palet kunnen worden toegevoegd.

Lees verder

 

Eigen keuzes uit een rijk aanbod
Zo kunnen we de autonomie over het leerproces (zie John Hattie, 1950) herstellen. Kinderen weten vaak echt niet wat ze op school doen en waarom. Nu zijn kinderen onder de twaalf nog geen reflectiewondertjes, maar het helpt wel als ze eigen keuzes mogen maken uit een rijk aanbod.
Het begint en eindigt met het zeswekelijks leergesprek, waar het Individueel Ontwikkelingsplan wordt opgesteld: een ontwikkelingsperspectief voor elk kind, want hier is elk kind speciaal en het onderwijs per definitie passend. Ouders zijn hierbij aanwezig, want ook de relatie met ouders is radicaal omgedraaid. De school is geen blackbox waar je je kind blanco aflevert en met kennis van de topografie weer ophaalt, maar een lerende gemeenschap van professionals, ouders en kinderen, die gedreven door nieuwsgierigheid aan het werk zijn.

Real products als krachtige motor voor leerervaringen
Kinderen leren hard op ‘De Ontplooiing’. De structuur biedt ook geen ontsnapping: je bent zelfstandig aan het werk in de Stilteruimte, waar alleen educatieve apps en boeken zijn toegestaan. Een onderwijsassistent ziet daarop toe en heeft soms de halve school onder zijn hoede. De andere helft krijgt in kleine groepjes les of heeft ingetekend voor begeleid werken. Er zijn projectruimtes waar kinderen zonder toezicht aan het werk gaan met onderzoeksprojecten, of met projecten als de schoolkrant, het evenementenbureau of de schoolfotograaf. ‘Real products’ zijn een krachtige motor voor leerervaringen.

Lees verder

Verschil met een ‘normale’ school
Kinderen hebben geen eigen tafeltje, maar zoeken een werkplek afhankelijk van hun taak. Ze hebben geen eigen juf, maar krijgen les van verschillende leerkrachten. Ze zien hun coach drie keer per dag: twee keer voor een kring en met de lunch. Ze gymmen minimaal anderhalf uur per week. Er is tijd voor individuele talentontwikkeling, en een sportief kind plant extra gym in. Op woensdag- en vrijdagmiddag verzorgen ouders het onderwijs: lessen in yoga, muziek, keramiek, timmeren en programmeren. Ook uit dit aanbod maken de kinderen een eigen keuze. We maken gebruik van de ruimte in de wet voor flexibele schooltijden: we beginnen om half negen of half tien, woensdagmiddag of vrijdagmiddag vrij of elke dag tot 15 uur, naast negen vaste vakantieweken nog vijf weken vrij in te plannen. We hebben een mooie overgang naar de naschoolse opvang: hetzelfde personeel, dezelfde ruimte, wat andere activiteiten maar hetzelfde pedagogische klimaat.

Eigen verantwoordelijkheid
Vanuit de autonomie over het leerproces hopen wij ook een beter dan gemiddeld onderwijsklimaat te maken. Als het kind verantwoordelijkheid draagt voor het eigen leerproces gaat het zich wellicht ook verantwoordelijk voelen voor het gedrag dat leren mogelijk maakt of juist frustreert. Het helpt dat wij zo veel mogelijk aansluiten bij natuurlijk gedrag: lopen in een kluitje in plaats van in een nette rij, alle leeftijden (met uitzondering van de vierjarigen) door elkaar, broertjes en zusjes die elkaar helpen, buiten spelen in de natuurtuin. Weinig regels, veelvuldig aanspreken op consequenties van ongewenst en ook constructief gedrag. Zo voelen kinderen zich gezien en begrepen, en minder onderdeel van een systeem.

 

 

Column

Aleid Truijens is journalist en schrijver. Zij heeft een wekelijkse column in de Volkskrant, die vaak over onderwijs gaat. Daarnaast schrijft ze over literatuur en non-fictie. Ze schreef de romans Geen nacht zonder en Vriendendienst en publiceerde onlangs een biografie over de schrijver F. B. Hotz: Geluk kun je alleen schilderen – F. B. Hotz, het leven.

Digitalisering zorgt voor tweedeling

Zo’n tien jaar geleden hadden veel kinderen een ‘Nintendo-duimpje’. Ze speelden zo veel uur op hun spelletjescomputer en gebruikten daarbij hun handen zo eenzijdig, dat hun handspieren en -pezen het niet aankonden. Niet zelden waren die vingervlugge kindertjes ook aan de zware kant, motorisch slecht ontwikkeld en sociaal onhandig. Je kunt maar één ding tegelijk: buiten voetballen met vriendjes óf een soccer-spelletje met jezelf. Een zakje chips eet lekker weg tijdens zo’n spel.

Nu hebben heel veel kinderen thuis een iPad. Je kunt erop mailen en appen, gamen, chillen met vrienden, tekenen, huiswerk maken, Facebooken, filmpjes kijken, shoppen en muziek luisteren. Een nieuwe generatie groeit op terwijl ze wéér voortdurend twee bewegingen maken: vegen en tikken. Veel ouders vinden het wel rustig, zo’n zoet swipend kind. Ook voor leerkrachten is dat best aanlokkelijk: een ijverige, geboeide klas. Buiten spelen vinden veel volwassenen tegenwoordig eng: het razende verkeer, de mogelijke kinderlokkers.

Eigenlijk kan álles op dat apparaatje, de hele wereld komt binnen op dat schermpje. Dat lijkt de buitenwereld, de echte wereld, bijna overbodig te maken. En dat is precies het gevaar van de iPad. Kinderen groeien wel degelijk op in onze wereld. Wij volwassenen moeten hen in aanraking brengen met échte dingen: hitte en kou, gras en rotsen, insecten en vogels. En met echte verhalen, echte muziek, gezongen liedjes.

Lees verder

De iPad is geen misdadig apparaat. Als een kind niet van zijn iPad is los te scheuren, is dat niet de schuld van het verlokkende schermpje of de slimme firma Apple, maar van de ouders en leerkrachten. Het zijn altijd volwassenen die ervoor moeten waken dat een kind genoeg beweegt, buiten komt, met anderen speelt en zijn fantasie kwijt kan. Het wordt zorgelijk als een kind andere dingen zelden doet: rennen, klimmen, fietsen, zwemmen, met z’n handen iets maken, zelf iets verzinnen.

Een groot deel van ons leven en werk is gedigitaliseerd, dus daar moet je op school mee leren omgaan: je moet leren hoe je internet optimaal gebruikt, hoe je informatie beoordeelt en hoe je veilig digitaal communiceert. Natuurlijk maakt het onderwijs gebruik van digitaal lesmateriaal, natuurlijk zijn iPads handig. Zolang ze maar middel zijn, geen doel.

Grappig: terwijl de bazen van Apple en Google in Silicon Valley in Californië beroepshalve het einde van het (school)boek, de papieren krant en de offline winkel uitroepen, sturen ze hun eigen kinderen naar chique scholen waar iPads taboe zijn. Klassikale scholen waar gediscussieerd wordt in de les. Scholen met groene sportvelden, bibliotheken vol boeken, bossen met klimbomen, concertzalen waar op echte instrumenten wordt gespeeld.

Dat is ironisch, maar begrijpelijk. Kinderhersenen, ook die van toekomstige briljante ontwerpers, ontwikkelen zich optimaal met voetbal en gitaar. Ik vrees dat dát de nieuwe tweedeling wordt in de maatschappij: kinderen die échte, fysieke ervaringen mogen opdoen en kinderen die vanaf hun bankjes alleen maar tweederangs, digitale ervaringen krijgen.

Opleider

aan het

woord

 

Gerard Dummer is auteur van het leerboek  ICT voor de klas en is als opleidingsdocent ICT en Onderwijs verbonden aan de HU Pabo in Amersfoort en Utrecht. Daarnaast schrijft hij op zijn blog over de mogelijkheden van ICT in het onderwijs en is hij actief betrokken bij de internet-encyclopedie WikiKids.

Foto gemaakt door: Femke van den Heuvel

 

ICT in het onderwijs

Hoe staat het met de invoering van ICT op de basisschool en op de pabo? In dit artikel probeert Gerard Dummer hier een antwoord op te geven.

Vanuit mijn dagelijkse praktijk als opleidingsdocent ICT laat ik hierna aan de hand van twee uiteenlopende voorbeelden zien hoe met ICT omgegaan kan worden in het basisonderwijs. Ook ga ik in op de ontwikkelingen van ICT op de pabo.

 

 

Verder lezen

ICT op de
basisschool

Voorbeeld 1
Onze eerstejaarsstudenten krijgen een opdracht om samen met kinderen bij een stel-les met ICT aan de slag te gaan. Bij deze opdracht gaat het vooral om de mogelijkheden om een tekst te publiceren. Door het publiceren van zelfgeschreven teksten krijgt de stelopdracht een authentieker karakter, als je gericht schrijft met een bepaalde doelgroep voor ogen. Omdat je rekening wil houden met de beginsituatie van de scholen (niet elke school wil teksten van leerlingen online publiceren) en klassen (studenten lopen stage in groep 5 tot en met 8) zijn de mogelijkheden tot publiceren gevarieerd. Van laagdrempelig – teksten schrijven in Word – tot geavanceerd: tekstscripts om video’s mee te maken. Met die laagdrempelige opdracht doe je natuurlijk wel concessies: leerlingen zijn wel bezig met ICT, maar het kan beter door met de getypte teksten ook daadwerkelijk iets te doen. Dit is wat het tweede voorbeeld laat zien.

Lees verder

Voorbeeld 2
Vincent Jonker van het Freudenthal Instituut, onderdeel van de UU, is samen met Mark van den Aardweg van basisschool Rijnsweerd uit Utrecht gestart met het opzetten van een leerlijn programmeren. Zo wordt toegewerkt naar hoe programmeren straks een plek kan krijgen in het basisonderwijs. In februari is gestart met een eerste verkenning rondom Cubelets en Scratch. Cubelets zijn blokjes die je aan elkaar kunt klikken en die dan samen een apparaat vormen dat een opdracht kan uitvoeren. Scratch is een programmeeromgeving waarmee leerlingen vanaf groep 3 (Scratch jr.) programma’s voor de computer kunnen schrijven. Zo kunnen kinderen bijvoorbeeld hun eigen computerspel maken. Een van onze studenten doet ondertussen onderzoek naar hoe je programmeeractiviteiten met leerlingen kunt vormgeven.

ICT op de pabo
Uit onderzoek van Kennisnet blijkt dat veel pas afgestudeerde leerkrachten weinig te spreken zijn over de manier waarop ze in de opleiding zijn voorbereid op de inzet van ICT. Is de situatie op alle pabo’s inderdaad zo zorgwekkend? Nee, er zijn alleen wel grote verschillen. Zo zijn er pabo’s waarin een kleine groep studenten een minor rondom ICT volgt en verder niets; daarnaast zijn er pabo’s waar  ICT aan de vakdocenten van de andere vakken wordt overgelaten. Bij sommige opleidingen komt ICT alleen in het eerste en tweede jaar aan bod.

Lees verder

Naar mijn overtuiging bereidt de HU Pabo in Amersfoort en Utrecht studenten goed voor om adequaat ICT toe te passen in de dagelijkse praktijk. Onze studenten komen in elk blok en elk jaar met ICT in aanraking. Daarbij gaat het niet alleen om het aanleren van ICT-vaardigheden (die moeten studenten echt nog wel ontwikkelen!) maar ook om het toepassen van ICT in het onderwijs. De centrale vraag is hierbij hoe ICT de vakdidactiek kan versterken en verrijken zodat je de vakinhoud beter over kunt dragen. Bijvoorbeeld door te leren hoe je instructie kunt geven met behulp van het digibord en hoe ICT de vakinhoud kan versterken. Bijvoorbeeld door te leren wat informatievaardigheden inhouden in het digitale tijdperk.

En dit kunnen wij als opleidingsdocenten ICT en Onderwijs natuurlijk niet alleen. Daarin werken we samen met vakdocenten. Zo’n combinatie zorgt voor goed doordacht onderwijs. In het eerste jaar leren de studenten van ons hoe ze het digibord kunnen gebruiken en laten de vakdocenten Nederlands en rekenen zien hoe je een heldere instructie opbouwt. Ook leren studenten een muziekhoek in te richten bij de kleuters en die te verrijken met digitale middelen. In het tweede jaar leren studenten hoe ze leerlingen informatievaardigheden bijbrengen binnen een project. In het derde jaar – in de context van handelingsgericht werken – leren ze hoe om te gaan met een leerlingvolgsysteem, educatieve software en uitdagende materialen voor leerlingen die meer aankunnen. In het vierde jaar ten slotte, moeten studenten hun visie op het onderwijs (en ICT daarbinnen) kunnen verwoorden.

Samenwerking tussen de verschillende specialisten zorgt ervoor dat ICT een waardevolle en duurzame plek krijgt in het onderwijs. 

Boeken

Aangeraden door Noordhoff Uitgevers

Wilt u kennismaken met deze titels? Klik dan op het boek voor meer informatie. Op de website kunt u gratis beoordelingsexemplaren aanvragen.

 

 

Column

Kees Vreugdenhil werkte jarenlang als leraar, schoolleider en docent in het lager middelbaar en hoger onderwijs. Hij studeerde pedagogiek, onderwijskunde (cum laude) en filosofie. Hij promoveerde op een onderwijskundig proefschrift. Kees is oud-directeur van het APS en oud lector. Hij werkt momenteel als onafhankelijk consultant, geeft lezingen over brein en leren en voert kwaliteitsaudits uit in hogescholen. Meer informatie: www.breinbewust-onderwijs.nl

Digiwijs

Digiborden alom. Ze bieden bijna eindeloze mogelijkheden: informatie halen, brengen, opslaan en verbinden, in woord en beeld. Met tablets kunnen leerlingen dat zelf op hun eigen tafel. Via bluetooth of wifi kunnen ze communiceren met elkaar, de leerkracht en het digibord. Serieuze games helpen hen leerstof te verwerven met snelle feedback en op hun eigen niveau. Door games ontwikkelen ze ook hun concentratie en leren ze snel keuzes te maken bij het oplossen van problemen. Met Kinnect gebruiken kinderen de bewegingen van hun lichaam en hun spraak om games te sturen of creatieve opdrachten uit te voeren. Geleidelijk verandert het lokaal in een virtuele leergemeenschap. Passend onderwijs krijgt echte kansen. Onontkoombaar! Fascinerend!

Wat te vaak ontbreekt, is een totaalvisie. Hoe verhoudt de virtuele werkelijkheid zich met en tot de echte? Welke sociale contacten laat je altijd face-to-face verlopen? Welke leerstof vraagt om doorleefde ervaringen en persoonlijke verhalen? Hoe ontwikkel je ethisch handelen in digitale communicatie? Waar ligt de balans tussen spelen met digitale en tastbare middelen? En zo meer.

Juist hier ligt een belangrijke taak voor pabo’s. Niet elke keer een stukje digitalisering in het traditionele onderwijs invoegen, maar een geheel nieuwe visie op leren en onderwijzen ontwikkelen. Daarnaast een techlab voor digitale deskundigheid, samen met minstens twee proefscholen. Er is een echte én virtuele wereld te winnen!

Prepzone

dé nieuwe digitale leeromgeving van Noordhoff Uitgevers!

 

Vanaf het nieuwe studiejaar 2015-2016 biedt Noordhoff Uitgevers een rijke digitale leeromgeving aan: Prepzone.

Een leeromgeving waarin u de voortgang kunt monitoren en de studenten zichzelf efficiënt kunnen voorbereiden op lessen en het uiteindelijke tentamen met behulp van digitale toetsen, flitscolleges en een schat aan extra content!

Meer weten? Kijk op de website van Prepzone voor meer informatie!

Redactieteam

Gerhard Hartdorff (eindredacteur)
Margriet Bakker (Noordhoff Uitgevers)
Renée Heuvelman (Noordhoff Uitgevers)

Esther van Rhijn (Noordhoff Uitgevers)

Pabo Platform is een digitaal magazine van Noordhoff Uitgevers voor en door docenten en opleidingsmanagers. Het blad wordt gratis verspreid.

Contactgegevens

Noordhoff Uitgevers
Postbus 58
9700 MB Groningen

Voor meer informatie of vragen:
ga naar Mijn Noordhoff

Website

Kijk op meer informatie over onze studieboeken, evenementen, accountmanagers en auteurs op onze website.

Social Media