Laat kinderen spelenderwijs ontdekkend leren

Laat kinderen spelenderwijs ontdekkend leren - Noordhoff Uitgevers Antwoorden

Door: Ineke Oenema-Mostert en Gerda Woltjer

"In het onderwijs aan jonge kinderen raken wij de weg kwijt. Aan de ene kant worden wij uitgenodigd of gemaand om methodes te gebruiken. Anderzijds moet het aanbod worden afgestemd op de ontwikkelingsvariatie en de leefwereld van de kinderen. Anders trekken zij zich terug uit het onderwijsleerproces en zijn wij de kinderen ‘kwijt’.

Op dit onderwijsvlak is al veel ontwikkeld, maar wat werkt? Wij willen graag anders, maar weten niet hoe.” Een veel gehoorde uitspraak tijdens de inspiratiemiddagen georganiseerd door het lectoraat Early Childhood Stenden Hogeschool.

Begingedrag
Een actief onderwijsleerproces vraagt om afstemming op de ontwikkeling van het kind. Het kind staat centraal en kan en mag een kind zijn dat zich stapje-voor-stapje ontwikkelt. Hoe groot of klein de stappen zijn hangt samen met de eigen ontwikkel- en leerroute en factoren als aanleg, karakter en omgeving. Centraal in de ontwikkeling en het leren van jonge kinderen staat het begingedrag dat het kind ten aanzien van een leerdoel laat zien. Begingedrag is gedrag dat het kind de ene keer (al) wel en dan weer niet laat zien. Het is gedrag dat op de rand van verschijnen staat, waarbij het kind laat zien dat het toe is aan de volgende stap in zijn ontwikkeling. Niet ieder kind ontwikkelt zich precies volgens een bepaald schema (Shapiro, 1987).

Uit psychologisch – en breinonderzoek (Feldman, 2015; Scherder, 2017) weten wij inmiddels dat jonge kinderen leren via trial and error: een aantal stappen vooruit, dan weer een stapje terug. Op basis van inzichten in de ontwikkeling van de hersenen kan worden vastgesteld dat het geen zin heeft om met scholing en training van bepaalde vaardigheden te beginnen (bijvoorbeeld lezen en schrijven) als het neurale systeem er nog niet rijp voor is. De niet gelijkmatige ontwikkeling van de hersenschors heeft dus directe consequenties voor opvoeding en scholing (Van Dinteren, 2014).

Veilige omgeving
Het voorgaande geeft aan dat het belangrijkste in het onderwijs aan het jonge kind de afstemming op de specifieke kenmerken van deze leeftijdsgroep is. Als een activiteit te moeilijk is voor het kind, voelt het zich niet veilig en trekt het kind zich terug uit de communicatie. Het kind is niet meer gemotiveerd en staat niet meer open voor ontwikkeling. Kinderen leren en ontwikkelen pas echt als zij zich veilig voelen en bezig zijn met iets dat hen echt boeit, omdat het past in hun leef- en belevingswereld (Laevers, 2014).

Vanuit het beredeneerd aanbod en een interactieve, ondersteunende relatie met de leerkracht en zijn omgeving ontwikkelt het kind eigenaarschap. Waarin het gevoel voor relatie, autonomie en competentie centraal staat. Maar het optimaal afstemmen op de ontwikkeling en de leermogelijkheden van het jonge kind is één van de moeilijkste opgaven in het onderwijs aan jonge kinderen.

Zorg voor maximale zelfontplooiing
Naar aanleiding van eerder genoemde onderzoeken moeten wij vaststellen dat de basis van het onderwijs niet is dat een kind al op heel jonge leeftijd leert lezen, maar dat het naast alle vaardigheden, sociaal-emotionele stabiliteit ontwikkelt en de eigen persoonlijkheid maximaal ontplooit. De leerkracht gebruikt ontwikkelings- en leerdoelen als leidraad om de ontwikkeling van het jonge kind te volgen.

Op grond van deze gegevens ontwerpt de leerkracht een uitdagende omgeving vanuit de beleving van het kind en geeft de kinderen zo het vertrouwen om eigenaarschap te ontwikkelen. Dat betekent dat een doordachte en gedragen visie op ontwikkeling en leren van jonge kinderen in het onderwijs fundamenteel is voor het wendbaar handelen van de leerkracht in de klas. Deze visie is te vertalen in de volgende kernvaardigheden van de leerkracht:

• Het creëren van een warm en veilig pedagogisch klimaat komt altijd op de eerste plaats, waarin de relatie met het kind en de acceptatie van het kind in zijn eigenheid centraal staat. Dit vormt de basis voor een evenwichtige en stabiele sociaal-emotionele ontwikkeling.
• Het onderwijs moet worden afgestemd op begingedrag van het kind; dit kan alleen door héél goed (leren) observeren te verbinden met grondige kennis van de ontwikkelingsdomeinen en de daaraan gekoppelde ontwikkelingsdoelen.
• Waar een kind zich in zijn ontwikkeling bevindt – begingedrag – is te zien in zijn spel. Zeer grondige kennis van spel en spelmaterialen hoort dan ook tot de kernvaardigheden van de leerkracht.
• Door middel van wendbaarheid in organisatorisch, planmatig en pedagogisch-didactisch handelen is de leerkracht in staat om af te stemmen op de motivatie en leerbehoefte van het kind of een groep kinderen in de onderbouw.

In een activiteit als bijvoorbeeld het schilderen met vingerverf worden dan het zelfstandig spelen, het ontdekkend beleven en het ontwikkelingsondersteunend leren in een activiteit uitgewerkt. Bij het zelfstandig spelen bepalen de kinderen, binnen de afgesproken grenzen, voor het grootste deel zelf wat zij met de vingerverf gaan doen: experimenteren, iets schilderen of kleuren mengen… Tijdens het ontdekkend beleven verkennen de kinderen samen met de leerkracht de mogelijkheden van vingerverf: stempelen, kleuren mengen, iets tekenen, kliederen en kleuren benoemen. Ontwikkelingsondersteunend leren kan bijvoorbeeld vormgegeven worden door het kiezen van kleuren die volgens hen het best bij droevige of blije muziek passen.

Literatuur
Dinteren, R. Van, 2014. Brein in het onderwijs. Zaltbommel: Thema.

Laevers, F. Jackers, I., Menu, E. & Moons, J. (2014). Ervaringsgericht werken met kleuters in het basisonderwijs. Averbode: CEGO Publishers.

Feldman, R.S. (2015) Ontwikkelingspsychologie. Amsterdam: Pearson Benelux.

Scherder, E. (2017). Singing in the brain. Amsterdam: Singel uitgeverijen.

Shapiro, E. S. (1987). Behavioral Assessment in School Psychology. Hillsdale, NJ; Lawrence Erlbaum Associates, Inc. Sasser, T.R., Bierman, K.L., & Heinrichs, B. (2015). Executive functioning and school adjustment: the mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors. Early Childhood Research Quarterly, 30, 70-79.

>> LEES OOK: Zie het talent in ieder kind!

BERICHT DELEN  

Populaire blogs