Column Aleid Truijens

Column Aleid Truijens - Noordhoff Uitgevers Antwoorden

Geluid is een trilling die door de lucht gaat.
De trillingen gaan door de lucht als golven.


Zet deze regels in een mooie typgrafie, met veel wit eromheen, en je hebt een strofe van een gedicht. Ze ziet het voor je, die metafoor. Heel doeltreffend. Geluid is ongrijpbaar, maar nu lijkt het of we het te pakken hebben. Geluid trilt en golft.

De woorden ‘trillen’ en ‘golven’ moet je dan wel kennen, of liever, je moet de begrippen begrijpen. Niet alle kinderen op de basisschool kennen ze. Nog minder kinderen kennen woorden als ‘echo’ of ‘weerkaatsen’. Dan wordt het moeilijk in deze les poëzie.

Deze twee regels komen ook niet uit een les poëzie, al had dat best gekund. Ze komen uit een artikel over ‘Taalgericht W&T-onderwijs op de basisschool’. Het is taal die je kunt gebruiken om over natuurkundige verschijnselen te praten, bij het vak Wetenschap & Techniek dat in 2020 op basisscholen verplicht wordt.

Ooit was ik docent Nederlands, dus ik snap precies wat de schrijvers bedoelen. Kinderen die zwak in taal zijn merken dat bij alle vakken. Exacte wetenschappen worden voor een groot deel uitgedrukt in taal. Je kunt niet praten over licht, geluid en materie zonder woorden. Woorden als gewicht, evenwicht, druk, lading, ontlading, smelten, verdampen, legeren, roesten, splijten, zinken, zweven, ontploffen. Zelfs rekenen is taal. Niet alleen bij ‘verhaaltjessommen’, ook woorden als vermenigvuldigen en kwadrateren zijn taal. Ga je die woorden uitleggen, maak je van woorden begrippen, dan zit je al middenin de natuur- en scheikunde, biologie en wiskunde.

Daarom begrijp ik wel dat W & T–onderwijs in de praktijk ook taalonderwijs is. Alle kennis is immers in taal gevat, we communiceren erover in taal, we argumenteren en redeneren erover. Maar daar ligt ook precies mijn aarzeling om, zoals de schrijvers doen, dit ‘integratie van taal- en W & T-onderwijs’ te noemen. Want deze integratie vindt altijd plaats. Ook over aardrijkskunde praten we in taal. Daar leer je begrippen als gletsjer, ‘erosie’, ‘eeuwige sneeuw’ en ‘bevolkingsdichtheid’. Bij geschiedenis gaat het over industrialisatie, kolonisatie, migratie, parlement en democratie. Allemaal woorden die een wereld aan begrippen openen. Een overvloed aan inhoud, die aan het denken zet.

Het is fijn als kinderen bij W & T nieuwe woorden leren, net als bij aardrijkskunde. Dat gaat denk ik vanzelf. Het is minstens zo fijn als kinderen bij W & T iets kunnen dóen. Even niet praten, redeneren en communiceren, maar ontdekken, al doende, met je handen en binnenin je hoofd. Iets maken, helemaal zelf. Voor veel kinderen zijn zulke niet-talige uurtjes een verademing. Bij de taalles kun je ook iets maken; een gedicht bijvoorbeeld.

Uit ervaring ken ik de neiging om onder het motto ‘alles is taal’, alles op het bordje van de taaldocent te schuiven. Goed lezen bijvoorbeeld, een begrijpelijk stuk schrijven. Helder redeneren, argumenten en drogredenen herkennen. Een grote woordenschat, verschijnselen als humor, ironie en metaforen. Het is allemaal taal. Natuurlijk. Maar het zijn ook vaardigheden die aan al het denken ten grondslag liggen, aan alle wetenschap, veel beroepen en alle communicatie. Door dit alles ‘taal’ te noemen, creëer je een grote bak met drijfzand. Dat werkt verlammend. Het is effectiever om de verschillende vaardigheden eruit te lichten en apart, niet-geïntegreerd te oefenen.

Misschien bedoelen de auteurs van dit artikel het ook zo, en willen ze niet de taalles belasten met de inhoud van al die kennisgebieden. Dan heb ik dat verkeerd begrepen. Een misverstand. Een kwestie van taal.

Aleid Truijens

Wilt u reageren op deze column? Ga naar onze LinkedInpagina.

BERICHT DELEN  

Populaire blogs