Column Aleid Truijens - Mediawijs worden: een koud kunstje?

Column Aleid Truijens – Mediawijs worden: een koud kunstje? - Noordhoff Uitgevers Antwoorden

Wij wilden iets 'doen' voor een gouden bruidspaar en bedachten dat het leuk was alle gasten een kort filmpje over hen te laten maken. Dat moest iedereen tegenwoordig wel kunnen met z’n telefoontje. Maar hoe maakten we er één geheel van? Eén van de kleinkinderen van het bruidspaar, een meisje van 14, bood aan om de film in elkaar te zetten. Ze zou er muziek onder zetten, overgangen maken en er wat leuke effecten bij doen.

Het werd een prachtfilm. Bijna professioneel. Heel anders dan het knullige werkje dat haar grootouders en zelfs haar ouders zouden hebben geproduceerd. Het meisje keek verbaasd. Het was maar een half uurtje werk!

We laten ons er graag door imponeren. De handigheid van kinderen, soms veel jonger dan 14, op hun digitale apparaten. Vanzelfsprekend beheersen ze alle technieken en lossen ze problemen op. De apparaten doen wat zij willen, ze zijn een automatisch verlengstuk van hun hoofd en hart. Die vingervlugheid, die soepelheid… Om jaloers op te worden. Natuurlijk is technische vaardigheid slechts één van de dingen die een mens moet beheersen om ‘mediawijs’ te zijn. Het ‘competentiemodel’ op www.mediawijzer.net noemt belangrijke andere vaardigheden: begrijpen hoe media gemaakt worden; inzicht in de medialisering van de samenleving, reflecteren op eigen mediagebruik. O ja en natuurlijk ‘informatie verzamelen’. Allemaal heel belangrijk, zeker voor pabo-studenten die later volkomen gedigitaliseerde kinderen zullen begeleiden. Zij zullen bewust moeten omgaan met de mogelijkheden van digitale media, maar ook met de valkuilen en bedreigingen.
Toch mis ik iets in bijna alles wat ik over mediawijsheid lees. Misschien komt dat doordat ik, zelf van de media, vooral denk vanuit de inhoud wat ik lees en wil schrijven. Want dat ‘informatie verzamelen’, hoe doe je dat precies? En hoe beoordeel je de informatie die je vindt?

Al zo’n twintig jaar lang sturen wij, ouders en leerkrachten, kinderen die iets wil weten het internet op. Zoek maar op, op Google! Alsof Google één grote, geweldige geïllustreerde kinderencyclopedie is. Dat is gevaarlijk. Het gekke is: hoe digitaal vaardig kinderen ook zijn, goed opzoeken op internet kunnen ze vaak niet. Het is niet zo makkelijk om de goede zoekterm te vinden, niet te breed, niet te smal. Goed zoeken vereist kennis over een onderwerp en enig analytisch denken. Dat kunnen kinderen vaak nog niet en dat is ze niet kwalijk te nemen. Ik zie ze zoektermen intikken als ‘soorten gedrag’, ‘dikke hamsters’ en ‘onweer en bliksem’. Goed zoeken moet je leren, op school. Het duurt jaren. De generatie die nu voor de klas komt, en die nu kinderen krijgt, heeft dat zelf niet goed geleerd.

En dan de volgende, nog grotere hobbel: hoe beoordeel je wat Google te zien geeft? Wie zegt dit? Waarom zegt diegene dat? Is het waar en hoe weet je dat? Zijn het meningen, feiten, verhalen? Reclame? Wat is het verschil daartussen? Dit soort inzichten opdoen, noem het kritisch denken, dat zou gedurende de hele school- en studieperiode het belangrijkste vak moeten zijn.
Internet is zo dom en zo slim, zo goed en zo slecht, zo nobel en crimineel als de wereld. Je vindt er hoogstaande wetenschap en kunst maar ook complotdenken en uitingen van verwarde geesten, domoren en gekken. Mensen, bijvoorbeeld, die vinden dat hun ‘gevoel’ altijd boven de feiten gaat of dat ‘wetenschap ook maar een mening is’ of dat een verhaal waar is ‘omdat het op Facebook staat’.

In dat woud moeten studenten en hun leerlingen, de burgers van de toekomst, hun weg weten te vinden. Dat is urgent in onze tijden van ‘alternative facts’ en ‘post-truth’. Niet alle studenten lezen nog dagelijks een krant. Dat is niet erg, je kunt ook via internet volledig op de hoogte blijven. Maar om van de rijkdom op internet te profiteren moet je kritisch leren nadenken. Dat is en blijft de opdracht van de school. Een hondsmoeilijke opdracht.

BERICHT DELEN  

Populaire blogs