Column Aleid Truijens: Tussen kunst en bewegen....

Column Aleid Truijens: Tussen kunst en bewegen…. - Noordhoff Uitgevers Antwoorden

Een tijdje terug zag ik een filmpje waarin jonge kinderen springend de tafels van vermenigvuldiging leerden. Ze schreeuwden in koor de sommen 'Zes Keer Twee Is Twaaalluf' en zwaaiden ritmisch met hun armen, bij elke deel van de som hoorde een beweging. De kinderen hadden rode koppen. Af en toe viel er eentje om, van puur enthousiasme. Het zag er vrolijk uit. Een uitgelaten manier vorm van 'stampen'. En hé, de tafels gingen erin als koek! Dat bleek uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Voortaan kwam elke vermenigvuldiging met getallen tussen de 1 en 10 er bij deze kinderen volkomen automatisch uit.

Anders dan de onderzoekers zag ik wat minpuntjes. Het geeft wel een herrie op school. Zouden de kinderen dit nog wel leuk vinden als ze het elke dag moesten doen? En zouden er veel leerkrachten ervoor te porren zijn? En: hoe werden de tafel voorheen geleerd? Déden ze wel iets aan tafels in de onderzochte klassen? Op veel basisscholen – en op veel pabo’s – vindt men het ‘stampen’ van tafels verachtelijk. Maar het werkt wél, weten we van vroeger, alsof de sommen in de hersenen worden geëtst.

En nu is er onderzoek aan de Open Universiteit – zie het artikel van Renate de Groot in dit nummer – dat wéér bewijs aanvoert: van bewegen worden kinderen slim. Ook nu heb ik, vervelende scepticus, wat vragen. Middelbare scholieren die meer bewegen gaan vooruit in cognitieve prestaties. Maar: meer dan wat, dan de week ervoor? Of meer dan anderen? Maar hoe vergelijk je dat? Misschien komen kinderen die op een sportclub zitten wel uit andere gezinnen, waar ook meer aandacht is voor gezond eten, huiswerk en op tijd naar bed gaan. Of blowen die slome niet-bewegers soms meer?

Toch zit er vast wat in. Dat even wat beweging voorkomt dat je indut en dat je van een wandelingetje buiten opfrist, weet iedereen. Renate de Groot schrijft ook over een onderzoek naar bewegen ín de klas. Tien minuten ‘matig tot zware lichamelijke intensiteit’ is al voldoende om de acute aandacht op school te vergroten. Ik dacht aan de springende kinderen die sommen schreeuwden. Een kwestie van bloedsomloop, zenuwbanen en verbindingen in de hersenen. Ik geloof het graag.

Maar moeten we nu het hele curriculum op basisscholen én de pabo’s onverwijld omgooien? Daar zou ik toch nog eventjes mee wachten. Er moet zovéél op basisscholen. Onderwijs over religie en radicalisering bijvoorbeeld. Over homo’s en transgenders. Over gezond eten, duurzaam leven, sociaal gedrag en empathie. En niet te vergeten: aandacht voor kunst, muziek en literatuur, zowel actief als passief: zelf tekenen, lezen, toneelspelen, muziek maken én naar voorstellingen gaan. Dat ‘moet’ allemaal, zonder dat de aandacht voor rekenen en taal eronder lijdt.

De ervaring leert dat het dringen is in het curriculum; het moet altijd uit de lengte of uit de breedte. Meer bewegen, dat is een goed idee. Laat kinderen wat vaker buitenspelen in de pauze, stimuleer ouders dat ze op de fiets komen en dat ze hun kinderen geen croissants en chocomel meegeven. Maar als er gekozen moet worden? Tussen kunst en bewegen bijvoorbeeld? Zet mij het pistool op de slapen en ik kies voor kunstonderwijs. Die vorming krijgen veel kinderen buiten de school nauwelijks. Huppelend en springend naar het museum of het theater, onderwijl de tafels opdreunend, dat kan natuurlijk ook.

Aleid Truijens

Wilt u reageren op deze column? Ga naar onze LinkedInpagina.

BERICHT DELEN  

Populaire blogs